Citaat | Gerechtshof Den Haag 30 maart 2016
Alinea 236 Gerechtshof Den Haag 30 maart 2016
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 30 maart 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:851.
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld, verkort en zakelijk weergegeven, dat de verdachte van het onder C. gestelde dient te worden vrijgesproken. Voor zover de verdachte zou hebben gesproken over zijn betrokkenheid bij de gewapende strijd in Syrië en het voornemen om middels misdrijven gelden te genereren ten behoeve van ‘de broeders’ in Syrië, berust dit op grootspraak om indruk op de andere gespreksdeelnemers te maken. Er heeft bij de verdachte nooit enige intentie bestaan om gelden naar Syrië te sturen. Bovendien, zo dit al zou kunnen worden bewezen, ontbreekt het wettig en overtuigend bewijs ter zake van het opzet en oogmerk tot financiering van daden van terrorisme.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9ff1963dc99c05ea5757920a59b5635faa68d317c513cc715e203d30821a2557. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9ff1963dc99c05ea5757920a59b5635faa68d317c513cc715e203d30821a2557, en de alinea staat in dat document op bytes 62919 tot 63631.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9ff1963dc99c05ea5757920a59b5635faa68d317c513cc715e203d30821a2557 | shasum -a 256