Citaat | Gerechtshof Den Haag 30 maart 2016
Alinea 314 Gerechtshof Den Haag 30 maart 2016
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 30 maart 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:851.
bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 10 (tien) maanden , niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 2 (twee) jaren of ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd;
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9ff1963dc99c05ea5757920a59b5635faa68d317c513cc715e203d30821a2557. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9ff1963dc99c05ea5757920a59b5635faa68d317c513cc715e203d30821a2557, en de alinea staat in dat document op bytes 84497 tot 85421.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9ff1963dc99c05ea5757920a59b5635faa68d317c513cc715e203d30821a2557 | shasum -a 256