Citaat | Gerechtshof Den Haag 1 april 2016

Onder 6.1. Gerechtshof Den Haag 1 april 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 1 april 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:893.

De rechtbank heeft naar ’s Hofs oordeel, uitgaande van de gegevens over de auto ten opzichte van vergelijkbare auto’s, terecht en op goede gronden geoordeeld dat wat betreft de heffing van BPM het gelijk aan de zijde van belanghebbende is. De Inspecteur heeft in beroep en in hoger beroep niets aangevoerd, gelet ook op de door belanghebbende in het verweerschrift in hoger beroep gegeven uiteenzetting, dat een andere conclusie rechtvaardigt. Integendeel, het recht op het terrein van de BPM brengt mee dat, nu naar tussen partijen vaststaat, de in geding zijnde koerslijst beslissend is voor de bepaling van de verschuldigde BPM, belanghebbende de voor de auto laagste waarde op die lijst mag kiezen, ongeacht hoe belanghebbende eigenaar is geworden van de auto, meer in het bijzonder ongeacht de fiscale herkomst van de auto. De (fiscale) herkomst van de auto of de voor de omzetbelasting aan de auto toe te kennen status is geen eigenschap die aan de auto kleeft en beïnvloedt zodoende de heffing van BPM niet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ce8ac55002c3bfd722c434b8f271729f7ddca7b1a7a4e7ae59518da2389880bb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ce8ac55002c3bfd722c434b8f271729f7ddca7b1a7a4e7ae59518da2389880bb, en de alinea staat in dat document op bytes 16425 tot 17457.