Citaat | Gerechtshof Den Haag 23 maart 2016
Onder 4.2. Gerechtshof Den Haag 23 maart 2016
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 23 maart 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:945.
Omdat de vermogensopbrengsten volgens de Wet IB 2001 worden belast tegen een tarief van 30 percent, een de facto Europese consensus over een maximumtarief van 25 percent over vermogensinkomsten, en de Nederlandse tarieven over andere soorten inkomsten moet ook de heffing van 30 percent over een gefingeerde 4 percent bij een daadwerkelijk risicomijdend rendement van 2 percent thans als excessief worden aangemerkt. Bij deze vergelijking dient in aanmerking te worden genomen dat het resulterende effectieve tarief van 60 percent over spaarrente niet slechts het marginale tarief is, maar - afgezien van de beperkte drempel - ook het gemiddelde tarief. Dat gemiddelde tarief is aanzienlijk hoger dan enig ander (gemiddeld of marginaal) tarief over inkomsten, uit welke bron dan ook, een factor die het EHRM in aanmerking neemt bij zijn proportionaliteitsanalyse (zie EHRM 4 november 2013, 66529/11, N.K.M. v. Hongarije, r.o. 67).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/675dc2d2e1f975d70cec5d19f22c32a05e0d2c14d983d37decbaff8e3b9fa34b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 675dc2d2e1f975d70cec5d19f22c32a05e0d2c14d983d37decbaff8e3b9fa34b, en de alinea staat in dat document op bytes 16197 tot 17140.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/675dc2d2e1f975d70cec5d19f22c32a05e0d2c14d983d37decbaff8e3b9fa34b | shasum -a 256