Citaat | Gerechtshof Den Haag 23 maart 2016

Alinea 59 Gerechtshof Den Haag 23 maart 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 23 maart 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:945.

“8. Bij zijn arrest van 3 april 2015, nr. 13/04247, ECLI:NL:HR:2015:812, overwoog de Hoge Raad dat de heffing van inkomstenbelasting over de inkomsten uit sparen en beleggen met ingang van 2001 op forfaitaire wijze plaatsvindt in box 3. Bij de bepaling van die inkomsten wordt uitgegaan van een forfaitair rendement van vier procent, berekend over de waarde in het economische verkeer (hierna: WEV) van het positieve saldo van de bezittingen en de schulden. Aanvankelijk werd dit saldo berekend naar het gemiddelde aan het begin en het einde van het kalenderjaar, vanaf 2011 naar het saldo aan het begin van het kalenderjaar. Dit forfaitaire stelsel is naar de opzet van de wetgever ‘robuust’ en daardoor enigszins ruw, aangezien het niet afhankelijk is gesteld van het werkelijke rendement van de bezittingen gedurende het jaar. De wetgever achtte dat uitgangspunt gerechtvaardigd omdat: “daarmee op een globale maar aanvaardbare wijze zou kunnen worden aangesloten bij de rendementen die belastingplichtigen in de praktijk, indien dit over een langere periode wordt bezien, gemiddeld zouden moeten kunnen behalen zonder dat zij daar (veel) risico voor hoeven te nemen. In zoverre kan derhalve niet worden gesteld dat in het concept van de forfaitaire rendementsheffing geen rekening wordt gehouden met de omvang van de werkelijk genoten inkomsten uit vermogen (Kamerstukken II 1999/2000, 26 727, nr. 7, blz. 263).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/675dc2d2e1f975d70cec5d19f22c32a05e0d2c14d983d37decbaff8e3b9fa34b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 675dc2d2e1f975d70cec5d19f22c32a05e0d2c14d983d37decbaff8e3b9fa34b, en de alinea staat in dat document op bytes 19929 tot 21366.