Citaat | Gerechtshof Den Haag 23 maart 2016
Alinea 60 Gerechtshof Den Haag 23 maart 2016
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 23 maart 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:945.
9. Bij het hierboven aangehaalde arrest overwoog de Hoge Raad verder dat van dit forfaitaire stelsel, gelet op voormelde uitgangspunten, niet kan worden gezegd dat het elke redelijke grond ontbeert. Gelet op de ruime beoordelingsmarge die de wetgever op het terrein van het belastingrecht toekomt, is dit stelsel niet in strijd met artikel 1 van het EP bij het EVRM (vgl. HR 28 oktober 2012, nr. 10/03727, ECLI:NL:HR:2011:BR0664, BNB 2011/297). Dit stelsel zou slechts dan in strijd komen met artikel 1 van het EP indien zou komen vast te staan dat het destijds door de wetgever voor een lange reeks van jaren veronderstelde rendement van vier procent voor particuliere beleggers niet meer haalbaar is en belastingplichtigen, mede gelet op het toepasselijke tarief, zouden worden geconfronteerd met een buitensporig zware last. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat daarvan in het onderhavige geval sprake is. Voor het aannemen van een inbreuk op artikel 1 van het EP is niet voldoende dat het rendement van bepaalde bezittingen – zoals in het onderhavige geval de spaartegoeden – structureel blijft beneden vier procent van de waarde daarvan, vooral niet als de desbetreffende vermogensbestanddelen slechts een relatief klein gedeelte van het gehele vermogen uitmaken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/675dc2d2e1f975d70cec5d19f22c32a05e0d2c14d983d37decbaff8e3b9fa34b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 675dc2d2e1f975d70cec5d19f22c32a05e0d2c14d983d37decbaff8e3b9fa34b, en de alinea staat in dat document op bytes 21404 tot 22728.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/675dc2d2e1f975d70cec5d19f22c32a05e0d2c14d983d37decbaff8e3b9fa34b | shasum -a 256