Citaat | Gerechtshof Den Haag 5 april 2016

Onder 1.5 Gerechtshof Den Haag 5 april 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 5 april 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:952.

Op 5 december 2014 heeft de voorzitter van de bijzondere kamer van het gerechtshof te Arnhem (hierna: het hof Arnhem) geadviseerd om positief te beslissen op het gratieverzoek van [appellant]. Het hof Arnhem is van oordeel dat [appellant] in aanmerking dient te komen voor gratie in de vorm van kwijtschelding van het strafrestant dan wel een andere modaliteit die tot hetzelfde resultaat leidt, primair met onmiddellijke ingang, subsidiair met ingang van het tijdstip waarop de helft van de straftijd is bereikt. Volgens het hof Arnhem wordt met verdere tenuitvoerlegging van de rechterlijke beslissing of de voortzetting daarvan geen met de strafrechtstoepassing na te streven doel in redelijkheid meer gediend. Het hof Arnhem overweegt hiertoe als volgt:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e10b8b4788ad4ad8f29b7af4911780ed0be27343f7155e6de17c48352a4acec8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e10b8b4788ad4ad8f29b7af4911780ed0be27343f7155e6de17c48352a4acec8, en de alinea staat in dat document op bytes 10646 tot 11418.