Citaat | Gerechtshof Den Haag 5 april 2016

Onder 2.2 Gerechtshof Den Haag 5 april 2016

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 5 april 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:952.

Na het vonnis van de rechtbank in Vukovar is gebleken dat de gezondheidssituatie van zijn dochters is verslechterd. Nadien is onder meer vastgesteld dat de kleine hersenen van zijn jongste dochter krimpen. Indien dit, alsmede zijn (verslechterde) gezondheidstoestand, bekend zou zijn geweest zou dat de rechtbank - mogelijk - aanleiding hebben kunnen geven tot het opleggen van een andere, lagere straf. Verder is duidelijk dat met verdere tenuitvoerlegging van de rechterlijke beslissing niet langer een met de strafrechtstoepassing na te streven doel in redelijkheid wordt gediend, zodat voldaan is aan het criterium om gratie te verlenen als genoemd in artikel 2 aanhef en sub b van de Gratiewet. Het hof Arnhem is expliciet dat oordeel toegedaan en de minister had niet van dat advies mogen afwijken. Dat kan alleen in hele uitzonderlijke omstandigheden, waarvan hier geen sprake is. Naast de zwaarwegende persoonlijke omstandigheden van [appellant] spreekt voor de toewijzing van een gratieverzoek dat er geen andere strafbare feiten van hem bekend zijn, waar ook het OM op heeft gewezen. De minister heeft dit onvoldoende weerlegd. Daarentegen zijn de argumenten die volgens de minister dienen te leiden tot afwijzing van het gratieverzoek ten onrechte als zwaarwegend aangemerkt. Het overleverende land moet immers geacht worden bekend te zijn met de Nederlandse vereisten voor gratie en aan Kroatië kan worden uitgelegd dat in dit geval aan die voorwaarden is voldaan. [appellant] betwijfelt voorts of de in Nederland op te leggen straf hooguit een of twee jaar lager ligt. Gezien de jurisprudentie is dat waarschijnlijk aanzienlijk lager en overigens betekent een of twee jaar minder voor [appellant] al een aanzienlijk verschil. Verder lost schorsing van de detentie voor [appellant] niet of nauwelijks iets op, nu hij zijn detentie daarna weer moet hervatten en er dan wederom een onhoudbare situatie ontstaat. Het vorenstaande in aanmerking nemende is sprake van een beslissing van de minister die flagrant onjuist is en derhalve van onrechtmatig handelen van de Staat. Gelet op het uitgangspunt dat het advies van het Hof wordt gevolgd, beantwoordt de gevolgde procedure voorts niet aan de wettelijke eisen. De burgerlijke rechter dient zich in een dergelijke situatie niet terughoudend op te stellen maar vol te toetsen, temeer omdat er een daadwerkelijk rechtsmiddel aanwezig moet zijn tegen de beslissing van de minister.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e10b8b4788ad4ad8f29b7af4911780ed0be27343f7155e6de17c48352a4acec8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e10b8b4788ad4ad8f29b7af4911780ed0be27343f7155e6de17c48352a4acec8, en de alinea staat in dat document op bytes 17941 tot 20393.