Citaat | Gerechtshof Den Haag 5 april 2016
Onder 3.8 Gerechtshof Den Haag 5 april 2016
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 5 april 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:952.
kan echter niet leiden tot toewijzing van het door [appellant] gevorderde gebod om hem te behandelen als ware hem gratie verleend. Een dergelijk gebod zou neerkomen op herziening van de beslissing door de civiele rechter terwijl uitsluitend de Kroon bevoegd is tot het verlenen van gratie en de wetgever geen hogere voorziening heeft toegelaten. De onrechtmatigheid van de beslissing brengt niet mee dat ook de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf onrechtmatig is, nu deze tenuitvoerlegging berust op het (onherroepelijke) vonnis van de Kroatische strafrechter en geen gratie is verleend. Ook voor een voorziening “in goede justitie”, zoals subsidiair gevorderd en overigens niet nader toegelicht, ziet het hof geen ruimte, nu voorshands aangenomen moet worden dat een voorziening ten gunste van [appellant] eveneens zou impliceren dat de civiele rechter doet wat is voorbehouden aan de Kroon/de minister.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e10b8b4788ad4ad8f29b7af4911780ed0be27343f7155e6de17c48352a4acec8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e10b8b4788ad4ad8f29b7af4911780ed0be27343f7155e6de17c48352a4acec8, en de alinea staat in dat document op bytes 32799 tot 33726.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e10b8b4788ad4ad8f29b7af4911780ed0be27343f7155e6de17c48352a4acec8 | shasum -a 256