Citaat | Gerechtshof Den Haag 25 april 2017
Onder 2.8.1 Gerechtshof Den Haag 25 april 2017
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 25 april 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:1035.
“3.4.2 Bij de beoordeling (…) moet worden vooropgesteld dat in art. 2:298 BW niet in het algemeen is aangegeven wie tot de belanghebbenden in de zin van deze bepaling zijn te rekenen, en dat dit uit de aard van de procedure en de daarmee verband houdende wetsbepalingen moet worden afgeleid. Bij de beantwoording van de vraag of iemand belanghebbende is, zal een rol spelen in hoeverre deze door de uitkomst van de desbetreffende procedure zodanig in een eigen belang kan worden getroffen dat deze daarin behoort te mogen opkomen ter bescherming van dat belang, of in hoeverre deze anderszins zo nauw betrokken is of is geweest bij het onderwerp dat in de procedure wordt behandeld, dat daarin een belang is gelegen om in de procedure te verschijnen.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5fe2ded4dc4a82600e432124345222f08a507db589f6cea026a5e0da70ed7d59. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5fe2ded4dc4a82600e432124345222f08a507db589f6cea026a5e0da70ed7d59, en de alinea staat in dat document op bytes 16529 tot 17361.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5fe2ded4dc4a82600e432124345222f08a507db589f6cea026a5e0da70ed7d59 | shasum -a 256