Citaat | Gerechtshof Den Haag 25 april 2017
Onder 7.9.4. Gerechtshof Den Haag 25 april 2017
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 25 april 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:1186.
Aan toekenning van een vergoeding van kosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand staat niet in de weg dat die bijstand is verleend op basis van ‘no cure no pay’ (Hoge Raad 7 oktober 2011, nr. 10/05199, ECLI:NL:HR:2011:BT6841, BNB 2011/281). Evenmin staat daaraan in de weg dat de belanghebbende ermee heeft ingestemd dat een eventuele proceskostenvergoeding aan de rechtsbijstandverlener wordt uitbetaald (Hoge Raad 16 november 2012, nr. 11/02517, ECLI:NL:HR:2012:BY2770, BNB 2013/41). Hetzelfde heeft te gelden voor dwangsommen. Anders dan de Heffingsambtenaar is het Hof van oordeel dat ook de ontvangst van dwangsommen onder de reikwijdte van de machtigingen valt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5efb0b2f91a2de30ef77f094fd32307f7f27ee68a38f40e216cf05708463203a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5efb0b2f91a2de30ef77f094fd32307f7f27ee68a38f40e216cf05708463203a, en de alinea staat in dat document op bytes 39239 tot 39933.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5efb0b2f91a2de30ef77f094fd32307f7f27ee68a38f40e216cf05708463203a | shasum -a 256