Citaat | Gerechtshof Den Haag 25 april 2017
Onder 7.1. Gerechtshof Den Haag 25 april 2017
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 25 april 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:1186.
In het nadere stuk van 17 januari 2017 heeft de gemachtigde van belanghebbende zich op het standpunt gesteld dat de verweerschriften in eerste aanleg en het verweerschrift in hoger beroep onbevoegdelijk zijn ingediend en daarom buiten beschouwing gelaten moeten worden. Ter zitting heeft de gemachtigde van belanghebbende dit standpunt nader onderbouwd door te wijzen op de steeds andere handtekeningen onder de door de Heffingsambtenaar ingediende stukken. Het Hof is van oordeel dat de Heffingsambtenaar ter zitting geloofwaardig heeft verklaard dat de handtekening onder het in hoger beroep ingediende verweerschrift afkomstig is van mevrouw mr. [A] . Voorts maakt het Hof uit de gedingstukken op dat de handtekeningen onder de in eerste aanleg ingediende verweerschriften afkomstig zijn van de heer mr. [B] . Beide medewerkers staan vermeld in het ondermandaatbesluit 2016 dat door de Heffingsambtenaar is overgelegd bij het nadere stuk van 26 januari 2017 en dat is gebaseerd op het Mandaatbesluit heffings- en invorderingsprocedures 2016. Op grond daarvan komt het Hof tot het oordeel dat de verweerschriften door bevoegde gemeenteambtenaren zijn ingediend en er geen reden is om deze buiten beschouwing te laten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5efb0b2f91a2de30ef77f094fd32307f7f27ee68a38f40e216cf05708463203a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5efb0b2f91a2de30ef77f094fd32307f7f27ee68a38f40e216cf05708463203a, en de alinea staat in dat document op bytes 23979 tot 25211.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5efb0b2f91a2de30ef77f094fd32307f7f27ee68a38f40e216cf05708463203a | shasum -a 256