Citaat | Gerechtshof Den Haag 25 april 2017
Onder 7.3. Gerechtshof Den Haag 25 april 2017
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 25 april 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:1186.
Ingevolge artikel 6:15, derde lid, van de Awb is het tijdstip van indiening bij het onbevoegde orgaan bepalend voor de vraag of het bezwaarschrift tijdig is ingediend, behoudens in geval van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht. Dat sprake is van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht is gesteld noch gebleken. De naheffingsaanslagen zijn gedagtekend 17 juni 2015. De bezwaarschriften zijn op 27 juli 2015 binnengekomen bij het college van B en W; dat is binnen de in artikel 6:7 van de Awb gestelde termijn van zes weken. Het voorgaande laat geen andere conclusie toe dan dat de bezwaarschriften tijdig zijn ingediend en de bezwaren ten onrechte niet-ontvankelijk zijn verklaard. In zoverre is het hoger beroep gegrond.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5efb0b2f91a2de30ef77f094fd32307f7f27ee68a38f40e216cf05708463203a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5efb0b2f91a2de30ef77f094fd32307f7f27ee68a38f40e216cf05708463203a, en de alinea staat in dat document op bytes 29557 tot 30305.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5efb0b2f91a2de30ef77f094fd32307f7f27ee68a38f40e216cf05708463203a | shasum -a 256