Citaat | Gerechtshof Den Haag 25 april 2017

Onder 7.5.2. Gerechtshof Den Haag 25 april 2017

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 25 april 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:1186.

De brief met de ingebrekestelling is gedagtekend 31 december 2015. Gelet op de omstandigheid dat deze per post is verzonden, moet worden aangenomen dat deze begin januari 2016 door de Heffingsambtenaar is ontvangen. Gelet op het bepaalde in artikel 236, tweede lid, van de Gemeentewet en het in 7.2 en 7.3 overwogene vervalt de termijn voor het doen van uitspraak op bezwaar na ommekomst van het jaar 2015. Nu niet in geschil is dat eerst op 25 februari 2016 uitspraak op bezwaar is gedaan en dat aan de overige vereisten voor het toekennen van een dwangsom als vermeld in artikel 4:17 van de Awb is voldaan, moet worden geoordeeld dat de Heffingsambtenaar een dwangsom is verschuldigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5efb0b2f91a2de30ef77f094fd32307f7f27ee68a38f40e216cf05708463203a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5efb0b2f91a2de30ef77f094fd32307f7f27ee68a38f40e216cf05708463203a, en de alinea staat in dat document op bytes 33809 tot 34509.