Citaat | Gerechtshof Den Haag 9 mei 2017

Onder 7.11. Gerechtshof Den Haag 9 mei 2017

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 9 mei 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:1384.

De Inspecteur heeft in dit verband onweersproken gesteld dat door de voortgezet onderwijsinstellingen uitsluitend ter zake van het meerwerk wordt betaald. Voor wat betreft het middelbaar beroepsonderwijs geldt dat de instelling de huisvestingsvoorziening uit de algemene middelen bekostigt. Er is geen sprake van een situatie waarbij vraag en aanbod tegenover elkaar worden gesteld en er vervolgens een prijs wordt bepaald (vgl. Hof van Justitie 13 december 2007, Franz Götz, C-408/06, ECLI:EU:C:2007:789, VN 2008/3.21). Het Hof concludeert dat de levering van een schoolgebouw als het LOC door onafhankelijk van elkaar optredende marktpartijen niet onder dezelfde omstandigheden zal plaatsvinden. De VO-scholen hadden met een willekeurige derde, niet zijnde belanghebbende, nimmer een dergelijke koopprijs kunnen overeenkomen en belanghebbende zou aan willekeurige derden geen schoolgebouw leveren tegen een verkoopprijs als de onderhavige. Het vereiste rechtstreeks verband tussen de levering van het schoolgebouw als zodanig en de vergoeding (de bezwarende titel) ontbreekt. Voor zover de wijze van bekostiging van de MBO-scholen afwijkt van die van de VO-scholen leidt dit niet tot een ander oordeel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0f48bf3e7bf9c652313c7032be8a02191b1db48340244a0cf6682eb199ba80a7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0f48bf3e7bf9c652313c7032be8a02191b1db48340244a0cf6682eb199ba80a7, en de alinea staat in dat document op bytes 25618 tot 26836.