Citaat | Gerechtshof Den Haag 17 maart 2017
Alinea 34 Gerechtshof Den Haag 17 maart 2017
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 17 maart 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:1390.
'De in de jurisprudentie van de Hoge Raad ontwikkelde voorwaarden voor toepassing van artikel 2f, zoals de feitelijke beschikkingsmacht en het wetenschapsvereiste, zijn voor de toepassing van het nieuwe artikel 2, eerste lid, onderdeel b, niet meer van belang. Ter zake van het in deze bepaling bedoelde 'voorhanden hebben' wijst de Accijnsrichtlijn 2008 (artikel 8, eerste lid, onderdeel b) als belastingplichtige aan 'de persoon die de accijnsgoederen voorhanden heeft of enig ander persoon die bij het voorhanden hebben ervan betrokken is.' Dit betekent dat ook een persoon, die niet de feitelijke beschikkingsmacht over de accijnsgoederen heeft, maar wel betrokken is bij het voorhanden hebben van die goederen, als belastingplichtige kan worden aangemerkt. De Accijnsrichtlijn 2008 vereist voorts niet dat degene die accijnsgoederen voorhanden heeft wetenschap droeg of redelijkerwijs had moeten dragen van het feit dat de goederen niet conform de wettelijke bepalingen in de heffing zijn betrokken (wetenschapsvereiste).'
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/add774fda330b379faeeeea1c70b318481a33a497e06d3e9a21682cb1c182051. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt add774fda330b379faeeeea1c70b318481a33a497e06d3e9a21682cb1c182051, en de alinea staat in dat document op bytes 13580 tot 14620.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/add774fda330b379faeeeea1c70b318481a33a497e06d3e9a21682cb1c182051 | shasum -a 256