Citaat | Gerechtshof Den Haag 30 mei 2017

Onder 2.17 Gerechtshof Den Haag 30 mei 2017

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 30 mei 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:1409.

De rechtbank heeft de vorderingen bij het bestreden vonnis afgewezen. De rechtbank is er daarbij veronderstellenderwijs vanuit gegaan dat het door EMC gedane beroep op verjaring niet zou opgaan en dat [appellant] bij het tekenen van de vaststellingsovereenkomst niet in staat was tot een redelijke waardering en afweging van zijn belangen. De rechtbank heeft – zakelijk weergegeven – overwogen dat [appellant] onvoldoende heeft gesteld voor het oordeel dat EMC wist of moest begrijpen dat [appellant] met de vaststellingsovereenkomst onrecht werd aangedaan. EMC hoefde daarom naar het oordeel van de rechtbank niet te begrijpen dat zij [appellant] ervan had moeten weerhouden de vaststellingsovereenkomst te sluiten. Op grond van dezelfde overwegingen kon naar het oordeel van de rechtbank evenmin geconcludeerd worden dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is wanneer [appellant] aan het finale kwijtingsbeding in de vaststellingsovereenkomst wordt gehouden. Aan de behandeling van de overige weren van EMC kwam de rechtbank daarom niet toe.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cffb8e6f180bda661ca2a29ed1ebcf1e3332c27e7d001f946bf78f9e2700908f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cffb8e6f180bda661ca2a29ed1ebcf1e3332c27e7d001f946bf78f9e2700908f, en de alinea staat in dat document op bytes 19483 tot 20574.