Citaat | Gerechtshof Den Haag 30 mei 2017

Onder 3.8 Gerechtshof Den Haag 30 mei 2017

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 30 mei 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:1409.

Het hof overweegt dat de vernietigingsgrond in 3:52 lid 1 sub b BW moet worden gezien als een uitwerking van artikel 3:52 lid 1 sub d BW, zodat uiteindelijk beslissend is wanneer de vordering tot vernietiging aan [appellant] ten dienste is komen te staan. Bij inbreuken op de lichamelijke integriteit mag de toegang tot de rechter immers niet te snel worden afgesneden en behoort een slachtoffer in rechte te kunnen opkomen vanaf het moment dat hij daadwerkelijk in staat is de omvang van de ondergane schade te bepalen Vgl. in dit verband ook EHRM 11 maart 2014, NJ 2016/88 (Howald Moor c.s./Zwitserland). Uit de enkele omstandigheid dat [appellant] in 2005 nog contact heeft gehad met mr. [naam 1] , volgt naar het oordeel van het hof niet dat [appellant] op dat moment al op de hoogte was van de vernietigbaarheid van de vaststellingsovereenkomst. Evenmin rechtvaardigt dit contact de conclusie dat mr. [naam 1] [appellant] op de hoogte heeft gesteld van de vernietigbaarheid. [appellant] had immers nog een vordering open staan bij mr. [naam 1] , en het staat niet vast dat mr. [naam 1] bereid was [appellant] onder die omstandigheden opnieuw bij te staan / van advies te dienen. Vaststaat alleen dat mr. [naam 1] niet opnieuw de raadsman is geworden van [appellant] . Dit betekent naar het oordeel van het hof dat er niet zonder meer vanuit kan worden gegaan dat de verjaringstermijn in 2005 is gaan lopen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cffb8e6f180bda661ca2a29ed1ebcf1e3332c27e7d001f946bf78f9e2700908f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cffb8e6f180bda661ca2a29ed1ebcf1e3332c27e7d001f946bf78f9e2700908f, en de alinea staat in dat document op bytes 28513 tot 29940.