Citaat | Gerechtshof Den Haag 17 januari 2017
Onder 4.3 Gerechtshof Den Haag 17 januari 2017
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 17 januari 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:148.
Ten tweede is ook de door de Boards of Appeal van het EOB voor het bewijs van openbaar voorgebruik aangelegde standaard afhankelijk van de vraag in wiens macht en invloedssfeer het bewijs van openbaar voorgebruik ligt. Indien het openbaar voorgebruik betreft van degene die zich daarop beroept zelf (of binnen zijn invloedsfeer), terwijl de octrooihouder niet of nauwelijks toegang heeft tot informatie omtrent dat gestelde voorgebruik, dan ligt het op de weg van eerstgenoemde om dat bewijs bij te brengen en geldt de ‘ beyond reasonable doubt ’ standaard. Indien het evenwel openbaar voorgebruik door een derde betreft, waarbij beide partijen in gelijke mate toegang hebben tot informatie omtrent dat openbaar voorgebruik, zoals in dit geval, dan is er geen aanleiding voor het toepassen van een hogere standaard voor bewijs en geldt de gewone ‘ balance of probabilities ’ standaard voor het bewijs van het gestelde openbaar voorgebruik (vgl. T254/98, T12/00 en T1464/05).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d0df7aeee1da82faaabd8768c957a1537d0174fd1e21ed46526119c97ba62f5c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d0df7aeee1da82faaabd8768c957a1537d0174fd1e21ed46526119c97ba62f5c, en de alinea staat in dat document op bytes 52499 tot 53561.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d0df7aeee1da82faaabd8768c957a1537d0174fd1e21ed46526119c97ba62f5c | shasum -a 256