Citaat | Gerechtshof Den Haag 17 januari 2017

Onder 4.38 Gerechtshof Den Haag 17 januari 2017

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 17 januari 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:148.

De grief die [machinery] c.s. heeft gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat de door haar gevorderde proceskosten ter hoogte van EUR 10.615,-, die betrekking hebben op de akte en antwoordakte die [machinery] c.s. heeft genomen na het Eerste vonnis (ten aanzien van de vraag of de proceskosten in reconventie kunnen worden begroot op de voet van artikel 1019h Rv), niet redelijk en evenredig voorkomen, gelet op het beperkte juridische vraagstuk, de omvang van het daarmee gemoeide belang en de kosten die Remu voor haar aktes heeft gevorderd, faalt. Uit het arrest United Video Properties / Telenet (HvJ EU 28 juli 2016, zaak C-57/15, ECLI:EU:C:2016:611) volgt dat artikel 1019h Rv, waarmee artikel 14 Handhavingsrichtlijn is geïmplementeerd, geen aanspraak geeft op vergoeding van de daadwerkelijk gemaakte kosten, maar op vergoeding van minstens een significant en passend deel van de redelijke kosten die zij daadwerkelijk heeft gemaakt. De hoogte daarvan wordt vastgesteld rekening houdend met factoren zoals het voorwerp van het geding, de waarde ervan of het benodigde werk. Naar het oordeel van het hof zijn het door de rechtbank toegewezen bedrag en de omstandigheden die zij bij de vaststelling daarvan in aanmerking heeft genomen, daarmee in overeenstemming.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d0df7aeee1da82faaabd8768c957a1537d0174fd1e21ed46526119c97ba62f5c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d0df7aeee1da82faaabd8768c957a1537d0174fd1e21ed46526119c97ba62f5c, en de alinea staat in dat document op bytes 96350 tot 97639.