Citaat | Gerechtshof Den Haag 17 januari 2017
Onder 4.43 Gerechtshof Den Haag 17 januari 2017
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 17 januari 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:148.
Naar het oordeel van het hof kan [machinery] c.s. daarin niet worden gevolgd. Het Hof van Justitie EU heeft in de zaak Universal Music (16 juni 2016, zaak C-12/15, ECLI:EU:C:2016:449) voor recht verklaard dat artikel 5 lid 3 EEX-Vo, thans artikel 7 lid 2 EEX-Vo herschikt, aldus moet worden uitgelegd dat als „plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan” niet kan worden aangemerkt, bij gebreke van andere aanknopingspunten, de plaats in een lidstaat waar de schade is ingetreden wanneer die schade uitsluitend bestaat in een financieel verlies dat rechtstreeks intreedt op de bankrekening van de verzoeker en het rechtstreekse gevolg is van een onrechtmatige gedraging die zich heeft voorgedaan in een andere lidstaat. In voormeld arrest heeft het HvJ EU overwogen dat aan (onder meer) artikel 5 lid 3 EEX-Vo, als afwijking van de algemene regel van artikel 2 lid 1 EEX-Vo, een autonome en strikte uitlegging moet worden gegeven en voorts dat de bevoegdheidsregel van artikel 5 lid 3 EEX-Vo berust op het bestaan van een bijzonder nauw verband tussen de vordering en de gerechten van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of zich kan voordoen, op grond waarvan het om redenen verband houdend met een goede rechtsbedeling en nuttige procesinrichting gerechtvaardigd is dat deze laatste bevoegd zijn. Dat in aanmerking genomen acht het hof het feit dat de betalingsverplichting van Remu voortvloeide uit Nederlandse vonnissen, niet een ‘ander aanknopingspunt’ op grond waarvan het bestaan van een bijzonder nauw verband tussen de op betalingsonwil gestoelde vordering van [machinery] c.s. en de Nederlandse rechter kan worden aangenomen. Een aanwijzing dat een dergelijk nauw verband niet reeds voortvloeit uit het enkele feit dat de betalingsonwil verband hield met een betalingsverplichting uit hoofde van vonnissen van de Nederlandse rechter vindt het hof in artikel 22 lid 5 EEX-Vo (thans art. 24 lid 5 EEX-Vo herschikt), dat de bevoegdheid voor de tenuitvoerlegging van beslissingen exclusief toekent aan het gerecht van de lidstaat van de plaats van tenuitvoerlegging (en dus niet de lidstaat van de plaats van het gerecht dat de beslissing heeft uitgesproken). Het hof zal zich daarom onbevoegd verklaren van deze vordering van [machinery] c.s. kennis te nemen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d0df7aeee1da82faaabd8768c957a1537d0174fd1e21ed46526119c97ba62f5c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d0df7aeee1da82faaabd8768c957a1537d0174fd1e21ed46526119c97ba62f5c, en de alinea staat in dat document op bytes 102313 tot 104643.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d0df7aeee1da82faaabd8768c957a1537d0174fd1e21ed46526119c97ba62f5c | shasum -a 256