Citaat | Gerechtshof Den Haag 23 mei 2017

Onder 1.4 Gerechtshof Den Haag 23 mei 2017

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 23 mei 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:1491.

Vervolgens heeft in de periode van 30 maart 1995 tot 26 maart 1996 een aantal besprekingen plaatsgevonden met als doel te komen tot een minnelijke vaststelling van de schade van Walmaro. Deze besprekingen werden gevoerd door mr. [naam 4] en [betrokkene 1] aan de zijde van Walmaro en door mr. [naam 5] en [betrokkene 2] aan de zijde van curator Barten. [betrokkene 2] was daartoe ingeschakeld door zijn werkgever NN, de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar van Barten. Bij brief van 14 februari 1996 van [naam 5] aan [naam 4] heeft [naam 5] in het kader van een minnelijke schaderegeling een benadering van de schade gegeven (te weten een bedrag tussen de NLG 92.000 en NLG 103.000 afgezien van rente en kosten). De besprekingen hebben niet tot een minnelijke vaststelling van de schade geleid, waarna de procedure is voortgezet, uitmondend in een eindarrest van 23 april 1997 van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, waarin Barten is veroordeeld om aan Walmaro een nader bij staat op te maken schadevergoeding te betalen, met een verwijzing van de zaak naar de arrondissementsrechtbank te ’s-Hertogenbosch ter verdere afdoening en beslissing.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcc4a2570ac12f30cfd7c9cde24b975204f23a7168e443c8f52afa3666141815. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcc4a2570ac12f30cfd7c9cde24b975204f23a7168e443c8f52afa3666141815, en de alinea staat in dat document op bytes 10799 tot 11957.