Citaat | Gerechtshof Den Haag 23 mei 2017

Onder 1.12 Gerechtshof Den Haag 23 mei 2017

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 23 mei 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:1491.

‘9. Walmaro heeft echter nog steeds de overtuiging dat de schade door de rechtbank [’s-Hertogenbosch bij vonnis van 25 juni 1999] in de procedure tegen mr. Barten, in navolging van het rapport van [deskundige] , onjuist is vastgesteld en dat dit is veroorzaakt doordat aan [deskundige] essentiële informatie is onthouden. Als deze informatie aan [deskundige] bekend zou zijn geweest, zou deze niet tot de schatting zijn gekomen die is opgenomen in zijn rapport van 10 december 1997. Als de rechtbank en/of het hof in de procedure tegen mr. Barten geweten had welke informatie aan [deskundige] was onthouden, zou in die procedure de schade niet zijn bepaald op het bedrag dat [deskundige] had geschat. Dat heeft ook tot gevolg dat in de na de procedure tegen mr. Barten gevoerde procedure tegen (o.a.) NN en CL, de rechter de vorderingen van Walmaro niet had kunnen afwijzen. [..]

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcc4a2570ac12f30cfd7c9cde24b975204f23a7168e443c8f52afa3666141815. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcc4a2570ac12f30cfd7c9cde24b975204f23a7168e443c8f52afa3666141815, en de alinea staat in dat document op bytes 34674 tot 35629.