Citaat | Gerechtshof Den Haag 4 juli 2017

Onder 1.3. Gerechtshof Den Haag 4 juli 2017

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 4 juli 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:1512.

11. Dit leidt echter nog niet tot de conclusie dat aan [appellant] een schadevergoeding als bedoeld in art. 6:106, eerste lid, aanhef en sub b BW toekomt. Omtrent de persoonlijke gevolgen voor [appellant] van voormelde normschending is niets komen vast te staan. Bij gelegenheid van pleidooi heeft [appellant] nog naar voren gebracht, dat hij het vonnis waarbij hem een levenslange gevangenisstraf werd opgelegd heeft moeten aanhoren zonder dat hij dit met zijn familie kon delen. De Staat betwist dit echter en brengt naar voren dat [appellant] er zelf voor heeft gekozen in de EBI zijn familie niet (meer) te ontvangen. Ook het bij pleidooi naar voren gebrachte feit dat [appellant] zijn strafzaak in de EBI niet goed heeft kunnen voorbereiden wordt door de Staat betwist, is niet te bewijzen aangeboden en dus niet komen vast te staan. Van de uitzonderingssituatie zoals omschreven in rechtsoverweging 8 kan, gelet op het voorgaande, niet worden uitgegaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c42c8a9addf03b2757d4a63e61dabaaeed283f7c04695a28617883bee3283671. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c42c8a9addf03b2757d4a63e61dabaaeed283f7c04695a28617883bee3283671, en de alinea staat in dat document op bytes 15180 tot 16153.