Citaat | Gerechtshof Den Haag 26 april 2017
Alinea 38 Gerechtshof Den Haag 26 april 2017
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 26 april 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:1555.
8. [ Belanghebbende] ervaart de revisierente als een woekerheffing, welke onterecht is opgelegd. [Belanghebbende] verklaart dat sterk verslechterde financiële omstandigheden hem noodzaakte om de lijfrenten af te kopen; als ondernemer kwam hij door de crisis in zwaar weer terecht. Nadat andere financiële middelen waren opgedroogd moest hij de lijfrenten wel aanspreken. Hoewel de rechtbank begrip kan opbrengen voor het feit dat [belanghebbende] genoodzaakt was de lijfrenten af te kopen, kan dit geen argument vormen om de revisierente achterwege te laten. De revisierente is volgens de parlementaire geschiedenis bedoeld als een vergoeding voor het feit dat de belasting over de premies én het behaalde rendement pas op een (veel) later tijdstip is verschuldigd dan ingeval de lijfrente van het begin af aan als een niet gefacilieerd spaarproduct zou zijn behandeld (Kamerstukken II, 1998-1999, 26 728, A, p. 12). Het is dus een vergoeding voor het door de staat geleden nadeel. [De Inspecteur] heeft daarom terecht revisierente in rekening gebracht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7dbe2ef1c70ae6ca7ccee81720afd59307c48651812412efc58b949e859a27a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7dbe2ef1c70ae6ca7ccee81720afd59307c48651812412efc58b949e859a27a, en de alinea staat in dat document op bytes 12924 tot 13993.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a7dbe2ef1c70ae6ca7ccee81720afd59307c48651812412efc58b949e859a27a | shasum -a 256