Citaat | Gerechtshof Den Haag 26 april 2017
Alinea 39 Gerechtshof Den Haag 26 april 2017
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 26 april 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:1555.
9. Voor zover [belanghebbende] stelt dat de regeling van de revisierente onredelijk is, overweegt de rechtbank dat het de rechter ingevolge het bepaalde in artikel 11 van de Wet algemene bepalingen niet is toegestaan de innerlijke waarde of de billijkheid van de wet te beoordelen. Dit brengt mee dat de rechtbank de wettelijke regeling als zodanig niet mag toetsen, behoudens voor zover die regeling in strijd zou zijn met een ieder verbindende verdragsbepalingen. Een dergelijke strijdigheid is echter gesteld noch gebleken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7dbe2ef1c70ae6ca7ccee81720afd59307c48651812412efc58b949e859a27a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7dbe2ef1c70ae6ca7ccee81720afd59307c48651812412efc58b949e859a27a, en de alinea staat in dat document op bytes 14013 tot 14552.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a7dbe2ef1c70ae6ca7ccee81720afd59307c48651812412efc58b949e859a27a | shasum -a 256