Citaat | Gerechtshof Den Haag 17 mei 2017

Alinea 67 Gerechtshof Den Haag 17 mei 2017

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 17 mei 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:1594.

11. Dit brengt mee dat het hof de vraag moet beantwoorden of sprake is (geweest) van family life tussen [geïntimeerde] en de minderjarige. Bij de beoordeling of daarvan sprake is gaat het hof uit van de situatie op 21 maart 2012. Het hof zal dan ook voorbij gaan aan hetgeen door de man is aangevoerd ten aanzien van de periode daarna. Het hof neemt in aanmerking dat ingevolge de uitspraak van de Hoge Raad van 19 mei 2000, NJ 2000/545 het oordeel dat sprake is van een nauwe persoonlijk betrekking kan worden gebaseerd op feiten en omstandigheden die deels betrekking hebben op de periode vóór de geboorte van het kind en deels op de periode daarna, in onderling verband en samenhang beschouwd. Het hof neemt in aanmerking dat [appellante] heeft betwist dat [geïntimeerde] vanaf het moment van de geboorte van de minderjarige tot de éénjarige leeftijd van de minderjarige contact met de minderjarige heeft gehad. [appellante] heeft in dit verband eveneens gesteld dat [geïntimeerde] de door hem overgelegde foto’s van de minderjarige van facebook heeft gehaald en foto’s heeft gemaakt nadat hij de minderjarige één keer zonder toestemming van [appellante] heeft meegenomen. Gelet op de omstandigheid dat [geïntimeerde] verschillende foto’s heeft overgelegd, waaronder zich ook foto’s bevinden waarop hij zelf staat afgebeeld met de minderjarige acht het hof het aannemelijk dat [geïntimeerde] in deze periode contact met de minderjarige had. Naar het oordeel van het hof wordt dit bevestigd door de omstandigheid dat de inhoud van de door [geïntimeerde] overgelegde facebookberichten erop duiden dat [geïntimeerde] de minderjarige en [appellante] thuis bezocht en dat de liefdesrelatie tussen [geïntimeerde] en [appellante] ook na de geboorte van de minderjarige voortduurde. Voorts neemt het hof in aanmerking dat de stelling van [geïntimeerde] dat hij zeer betrokken was bij de zwangerschap van [appellante] en met haar mee ging naar het ziekenhuis alsmede dat [geïntimeerde] nadat de minderjarige is geboren met [appellante] en de minderjarige mee ging naar het consultatiebureau niet door [appellante] en [appellant] is weersproken. Alle specifieke omstandigheden van het geval in aanmerking genomen is het hof van oordeel dat sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking tussen [geïntimeerde] en de minderjarige. Gelet hierop is voldaan aan één van de uitzonderingen van artikel 204 lid 1 sub e (oud) BW. Dit leidt er naar het oordeel van het hof toe dat [geïntimeerde] de minderjarige rechtsgeldig had kunnen erkennen op het moment dat deze door [appellant] is erkend, ondanks dat [geïntimeerde] op dat moment met een andere vrouw was gehuwd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6f2da4239bb4c00d16396a669695ebe935266cb54b68c74ddbb14049f4086eae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6f2da4239bb4c00d16396a669695ebe935266cb54b68c74ddbb14049f4086eae, en de alinea staat in dat document op bytes 21507 tot 24203.