Citaat | Gerechtshof Den Haag 14 juni 2017
Alinea 36 Gerechtshof Den Haag 14 juni 2017
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 14 juni 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:1694.
9. Voor zover [belanghebbende] stelt dat de wettelijke bepalingen voor hem tot een onredelijk en onbillijk resultaat leiden, overweegt de rechtbank dat het de rechter op grond van artikel 120 van de Grondwet en artikel 11 van de Wet algemene bepalingen niet vrij staat formele wetgeving te toetsen op haar grondwettigheid, dan wel de innerlijke waarde of billijkheid van de wet te toetsen. De rechter kan een wet in formele zin slechts (gedeeltelijk) buiten toepassing verklaren indien en voor zover deze onmiskenbaar onverbindend is wegens strijd met het gemeenschapsrecht of met een ieder verbindende bepalingen van een verdrag. In dat verband heeft [belanghebbende] gesteld dat de ‘dubbele heffing’ in strijd komt met artikel 1 van het Eerste protocol bij het EVRM, artikel 17 en artikel 14 van het EVRM.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/389727ee7ce8b58c4c89a13ab98c3c45f5d1805621ea225033ca589d080d4584. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 389727ee7ce8b58c4c89a13ab98c3c45f5d1805621ea225033ca589d080d4584, en de alinea staat in dat document op bytes 13401 tot 14225.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/389727ee7ce8b58c4c89a13ab98c3c45f5d1805621ea225033ca589d080d4584 | shasum -a 256