Citaat | Gerechtshof Den Haag 14 februari 2017
Alinea 87 Gerechtshof Den Haag 14 februari 2017
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 14 februari 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:207.
13. Het hof is van oordeel dat nu [appellant] in het gesprek met de onderzoeker desgevraagd eerst heeft verklaard dat hij in 2003 met politie en justitie in aanraking is geweest ter zake van een misdrijf en vervolgens later in hetzelfde gesprek heeft verklaard dat dit pas in 2004 na het ingaan van de verzekering moet zijn geweest, [appellant] wel degelijk tegenstrijdige uitlatingen heeft gedaan. Daaraan doet niet af dat [appellant], naar hij stelt, enkel een vergissing tijdens het interview verbeterde, noch dat hij op dat moment geen rechtsbijstand had, zelf geen juridische achtergrond heeft en geen gelegenheid had gehad om zijn geheugen op te frissen. Goudse kon en mocht in de tegenstrijdige uitlatingen en in hetgeen haar bekend was over de beslaglegging dan ook grond zien om van [appellant] opening van zaken te vragen over zijn strafrechtelijk verleden voorafgaand aan het aanvragen van de verzekering. Ook deze grief faalt derhalve.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a1d441bd781f9f509173c3a0928e82ab65ca27e91165f7146e92c7db8da0d400. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a1d441bd781f9f509173c3a0928e82ab65ca27e91165f7146e92c7db8da0d400, en de alinea staat in dat document op bytes 29244 tot 30205.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a1d441bd781f9f509173c3a0928e82ab65ca27e91165f7146e92c7db8da0d400 | shasum -a 256