Citaat | Gerechtshof Den Haag 14 februari 2017

Alinea 94 Gerechtshof Den Haag 14 februari 2017

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 14 februari 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:207.

19. De grief faalt. Artikel 7:929 lid 1 BW brengt mee dat een verzekeraar die heeft ontdekt dat de verzekeringnemer zijn mededelingsplicht niet is nagekomen, de verzekeringnemer daarover niet onnodig lang in onzekerheid mag laten. De verplichting, die geldt ongeacht of zich reeds een onder de dekking vallende gebeurtenis heeft voorgedaan, strekt ertoe om de verzekeringnemer gelegenheid te geven zich op zijn positie te beraden en te beoordelen of hij er verstandig aan doet het risico waarvoor de verzekering dekking zou moeten bieden, elders te verzekeren. In deze procedure doet zich het geval voor dat de verzekeraar op grond van een vermoeden dat de verzekeringnemer niet heeft voldaan aan zijn mededelingsplicht aan de verzekeringnemer gelegenheid biedt om dit vermoeden te ontzenuwen. Het is dan de vraag op welk moment de termijn van artikel 7:929 lid 1 BW gaat lopen. Om te kunnen spreken van ‘ontdekking’ in de zin van deze bepaling is een vermoeden van schending van de mededelingsplicht niet voldoende, maar is vereist dat de verzekeraar daaromtrent ‘een voldoende mate van zekerheid heeft’ (Kamerstukken I 2005-2006, 30 137, p. 6). Het hof is van oordeel dat de termijn in dit geval niet eerder is gaan lopen dan op 25 januari 2012, toen Goudse van [appellant] het bevel tot inverzekeringstelling van 18 januari 2005 ontving. Vóór 25 januari 2012 had Goudse nog slechts een vermoeden, dat mogelijk nog door de door [appellant] te verstrekken gegevens met betrekking tot de relevante periode voorafgaand aan het sluiten van de verzekering zou worden ontzenuwd. Vanaf 25 januari 2012 moest Goudse er rekening mee houden dat [appellant] geen verdere gegevens meer zou verstrekken ter ontzenuwing van het vermoeden van Goudse. Aan de hand van de op dat moment voorhanden gegevens had Goudse derhalve te beoordelen of zij de mogelijkheid wilde openhouden om zich op niet-nakoming van de mededelingsplicht te beroepen. Met de brief van 16 februari 2012 heeft Goudse jegens [appellant] tijdig voldaan aan haar verplichting ingevolge artikel 7:929 lid 1 BW.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a1d441bd781f9f509173c3a0928e82ab65ca27e91165f7146e92c7db8da0d400. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a1d441bd781f9f509173c3a0928e82ab65ca27e91165f7146e92c7db8da0d400, en de alinea staat in dat document op bytes 37252 tot 39340.