Citaat | Gerechtshof Den Haag 18 juli 2017
Onder 6.1. Gerechtshof Den Haag 18 juli 2017
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 18 juli 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:2196.
Vooropgesteld moet worden dat een bezwaar, beroep of (incidenteel) hoger beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard als de indiener van dat rechtsmiddel geen belang daarbij heeft. Daarvan is sprake als het aanwenden van het rechtsmiddel, ongeacht de gronden waarop het steunt, hem niet in een betere positie kan brengen met betrekking tot het bestreden besluit en eventuele bijkomende (rechterlijke) beslissingen. Tot deze bijkomende beslissingen behoren de griffierechtvergoeding (artikel 8:41 Awb), de proceskostenvergoeding (artikel 8:75 Awb) en de (materiële en immateriële) schadevergoeding (artikel 8:88 Awb). Anders dan belanghebbende kennelijk betoogt, kan een verzoek om uitreiking van een factuur voor de omzetbelasting als bedoeld in artikel 34c en volgende Wet OB niet als een zodanige bijkomende beslissing worden aangemerkt. Belanghebbende heeft immers bij dat verzoek een buiten de bestreden naheffingsaanslag parkeerbelasting gelegen belang, namelijk het creëren van een recht op aftrek van omzetbelasting (vgl. HR 23 maart 2012, nr. 11/01321, ECLI:NL:HR:2012:BV0655, BNB 2012/157).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fba74714a7cbf7f85edd7694f0d3aa956ea8c3ba908ad42cd7f1cb2fb0eb012c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fba74714a7cbf7f85edd7694f0d3aa956ea8c3ba908ad42cd7f1cb2fb0eb012c, en de alinea staat in dat document op bytes 13790 tot 14908.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fba74714a7cbf7f85edd7694f0d3aa956ea8c3ba908ad42cd7f1cb2fb0eb012c | shasum -a 256