Citaat | Gerechtshof Den Haag 8 augustus 2017

Alinea 34 Gerechtshof Den Haag 8 augustus 2017

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 8 augustus 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:2282.

10. [appellante] heeft fundamentele kritiek geuit op de door de deskundigen gehanteerde methode van schadeberekening. Deze kritiek komt in essentie neer op het volgende. De schade moet in het onderhavige geval worden vastgesteld aan de hand van de jaarlijkse winstderving en deze schade dient concreet en ex post berekend te worden. Dit betekent dat de schade dient te worden vastgesteld aan de hand van de jaarlijks gederfde winst van [appellante], die vanaf het jaar waarin die winstderving is geleden wordt ‘opgerent’ naar heden. Het hanteren van de peildatum 1 januari 1976 en de verdiscontering van kasstromen naar 1 januari 1976 moeten worden geschrapt. Daarnaast geldt (als al contant wordt gemaakt naar het peilmoment 1 januari 1976) dat het niet juist is om in de disconteringsvoet een opslag op te nemen voor ondernemingsrisico. In de eerste plaats hebben de deskundigen eraan voorbij gezien dat het hof al had vastgesteld dat [appellante], als de wanprestatie niet had plaatsgevonden, zou zijn overgegaan tot het realiseren van haar plannen tot grootschalige productie. Het is niet juist om met een risico-opslag voor ondernemingsrisico te rekenen, terwijl het hof al als voldoende aannemelijk heeft vastgesteld dat [appellante] het ondernemingsrisico verbonden aan de uitvoering van de SOLL-plannen zou hebben genomen. In de tweede plaats is een risico-opslag, in verband met ondernemingsrisico’s, voor ex post vastgestelde kasstromen fundamenteel onjuist. In het SOLL-scenario worden dezelfde onzekerheden dubbel verdisconteerd: zowel in de aannemelijkheid van de jaarschades als via de disconteringsvoet waarin het ondernemingsrisico is verwerkt. De deskundigen hebben bij de vaststelling van het meest aannemelijke SOLL-scenario per onzekerheid (bijvoorbeeld over afzet, kosten, winst) al een keuze gemaakt wat het meest aannemelijk is en hebben daarbij al een afweging gemaakt op basis van goede en kwade kansen. Hierbij past niet om bij het contant maken boven het rentepercentage een risico-opslag voor ondernemersrisico, waarmee het reeds verwerkte risico nogmaals wordt verwerkt, toe te passen. [appellante] wijst erop dat het ten onrechte verwerken van een risico-opslag in de disconteringsvoet, leidend tot een disconteringsvoet van gemiddeld 20%, voor haar zeer nadelig uitpakt: de disconteringsvoet die wordt gebruikt om contant te maken naar 1 januari 1976 is aanzienlijk hoger dan de (wettelijke) rente die gehanteerd wordt voor de oprenting vanaf 1 januari 1976, en door het tijdsverloop in combinatie met dit “rente-retourtje” verdwijnt de schade.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/764e97f4867a89e67903be22d06316bf5ec338c628bbef51f59b882934a70b56. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 764e97f4867a89e67903be22d06316bf5ec338c628bbef51f59b882934a70b56, en de alinea staat in dat document op bytes 15144 tot 17755.