Citaat | Gerechtshof Den Haag 30 mei 2017

Alinea 98 Gerechtshof Den Haag 30 mei 2017

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 30 mei 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:2326.

14. Het hof oordeelt als volgt. Met betrekking tot de situatie van appellanten sub 3 staat het volgende vast. Kort nadat de gemeente een verzoek/melding tot onderzoek aan de raad had gedaan, zijn appellanten sub 3 met hun gezin naar Ierland verhuisd. De raad heeft daarop laten weten dat geen onderzoek zal worden verricht en dat ook niet aan de daartoe bevoegde instanties in Ierland zal worden verzocht onderzoek te doen. De raad heeft ter pleidooizitting onweersproken gesteld dat de eerdere melding die de gemeente heeft gedaan niet in behandeling is genomen en derhalve niet meer voorligt. Door appellanten sub 3 is gesteld noch gebleken dat aan hun zijde sprake is van een (financiële) noodzaak om op korte termijn met het gezin terug te keren naar Nederland. Met de voorzieningenrechter is het hof van oordeel dat de enkele wens om op enig moment weer naar Rotterdam, dan wel elders in Nederland, terug te keren onvoldoende is om spoedeisend belang in het kader van een vordering tot het verkrijgen van een voorlopige voorziening aan te nemen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/841a2d41bb2e81c157c6c6111de06d3a009408a45d214b7ca9cb4902f02cfb82. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 841a2d41bb2e81c157c6c6111de06d3a009408a45d214b7ca9cb4902f02cfb82, en de alinea staat in dat document op bytes 29043 tot 30108.