Citaat | Gerechtshof Den Haag 14 februari 2017
Onder 4.2 Gerechtshof Den Haag 14 februari 2017
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 14 februari 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:241.
Aan de hand van het recht van Curaçao moet worden bepaald of de in 4.1 bedoelde vorderingen op de Schepen kunnen worden verhaald en welke voorrang zij hebben. In verband met de executoriale verkopen in Nederland dient ten slotte nog te worden vastgesteld of de vorderingen ook naar Nederlands recht voorrang hebben boven hypotheek. Het recht van Curaçao inzake voorrechten op zeeschepen was ten tijde van de executie gelijkluidend aan het Nederlandse recht, met dien verstande dat er in art. 8:211 BW van Curaçao in plaats van zee-arbeidsovereenkomsten staat: “de arbeidsovereenkomsten van de kapitein of de andere leden der bemanning”. De beantwoording van de genoemde vragen zal onder beide rechtsstelsels dezelfde uitkomst opleveren. Wanneer hierna in verband met de vragen over voorrecht en voorrang over het BW wordt gesproken, wordt daarmee dan ook zowel het BW van Curaçao als dat van Nederland bedoeld. Als specifiek een van beide wordt bedoeld zal de landsnaam aan het BW worden toegevoegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efcbffa2f631e0e7686b4af83b70f77a41cfdc3d9963ba31dbcb3783191853e7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efcbffa2f631e0e7686b4af83b70f77a41cfdc3d9963ba31dbcb3783191853e7, en de alinea staat in dat document op bytes 26488 tot 27509.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/efcbffa2f631e0e7686b4af83b70f77a41cfdc3d9963ba31dbcb3783191853e7 | shasum -a 256