Citaat | Gerechtshof Den Haag 14 februari 2017

Onder 11.2 Gerechtshof Den Haag 14 februari 2017

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 14 februari 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:241.

De rechtbank is tot die aanname gekomen doordat in het proces-verbaal van de comparitie van partijen staat dat Rabobank heeft verklaard dat de vervaltermijn van art. 8:219 BW in deze zaak geen rol speelt en dat Rabobank daarop geen beroep doet. Bij memorie van grieven voert Rabobank aan dat zij alleen heeft gezegd dat zij ter zake van de vervaltermijn geen beroep zou doen op het ná 1 juli 2014 instellen van een vordering in rechte.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efcbffa2f631e0e7686b4af83b70f77a41cfdc3d9963ba31dbcb3783191853e7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efcbffa2f631e0e7686b4af83b70f77a41cfdc3d9963ba31dbcb3783191853e7, en de alinea staat in dat document op bytes 55813 tot 56262.