Citaat | Gerechtshof Den Haag 14 februari 2017
Onder 12.3 Gerechtshof Den Haag 14 februari 2017
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 14 februari 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:241.
Art. 8:211 BW verleent voorrechten op een bepaald Schip. Om vast te stellen op welk bepaald schip het voorrecht rust, moet worden nagegaan op of ten behoeve van welk schip de arbeid is verricht. Als een schepeling op verschillende schepen heeft gewerkt en gedurende die periode in het geheel geen loon heeft ontvangen, moet zijn vordering naar evenredigheid worden toegerekend naar de verschillende Schepen waarop en ten behoeve waarvan hij heeft gewerkt. Is gedurende een jaar op vier schepen, A, B, C en D, arbeid verricht, elk gedurende drie maanden, dan is een vierde van de vordering bevoorrecht op Schip A, een vierde op schip B, enzovoorts. Tijd aan wal in verband met ziekte of verlof dient naar evenredigheid te worden toegerekend aan elk van de schepen waarop of ten behoeve waarvan is gearbeid. Rabobank heeft dus gelijk dat de vordering per schip moet worden uitgesplitst.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efcbffa2f631e0e7686b4af83b70f77a41cfdc3d9963ba31dbcb3783191853e7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efcbffa2f631e0e7686b4af83b70f77a41cfdc3d9963ba31dbcb3783191853e7, en de alinea staat in dat document op bytes 59450 tot 60347.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/efcbffa2f631e0e7686b4af83b70f77a41cfdc3d9963ba31dbcb3783191853e7 | shasum -a 256