Citaat | Gerechtshof Den Haag 14 februari 2017
Alinea 39 Gerechtshof Den Haag 14 februari 2017
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 14 februari 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:247.
13. Op 25 mei 2005 is [appellante] als getuige gehoord door de rechtbank in de onderhavige (civiele) zaak. Zij heeft onder meer verklaard dat zij met [de zoon van appellante] in de auto zat toen zij werden aangereden door [geïntimeerde] , dat [de zoon van appellante] na de aanrijding de auto op de middenberm heeft geparkeerd en is uitgestapt om eten te gaan halen en dat ze op dat moment nog geen last van letsel had. Ze heeft verklaard dat ze pas ’s avonds last kreeg van hoofdpijn en van de schouders en de nek, dat ze toen de huisartsenpost heeft gebeld en de volgende dag naar de huisarts is gegaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a3e4f5b0658a18ea0f872e9477905058b4a3da0425ffe2c9a74824b3bfefbdeb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a3e4f5b0658a18ea0f872e9477905058b4a3da0425ffe2c9a74824b3bfefbdeb, en de alinea staat in dat document op bytes 14476 tot 15097.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a3e4f5b0658a18ea0f872e9477905058b4a3da0425ffe2c9a74824b3bfefbdeb | shasum -a 256