Citaat | Gerechtshof Den Haag 14 februari 2017

Alinea 44 Gerechtshof Den Haag 14 februari 2017

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 14 februari 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:247.

18. [appellante] heeft in haar schriftelijke verklaring, in haar verklaring aan ITEB, in haar verklaring naar de verzekeringsarts en als getuige in de civiele zaak en in de strafzaak, consequent verklaard over de gebeurtenissen op 17 september 2001, namelijk dat zij naast [de zoon van appellante] in de Nissan zat toen deze van achteren werd aangereden en dat zij de volgende ochtend last kreeg van klachten. Dit blijkt ook uit de verklaring die zij ten overstaan van het hof heeft afgelegd tijdens de voornoemde comparitie van 12 juni 2015.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a3e4f5b0658a18ea0f872e9477905058b4a3da0425ffe2c9a74824b3bfefbdeb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a3e4f5b0658a18ea0f872e9477905058b4a3da0425ffe2c9a74824b3bfefbdeb, en de alinea staat in dat document op bytes 17111 tot 17666.