Citaat | Gerechtshof Den Haag 14 februari 2017

Alinea 45 Gerechtshof Den Haag 14 februari 2017

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 14 februari 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:247.

Anders dan Allianz c.s. naar voren heeft gebracht, kan zowel de door [appellante] afgelegde schriftelijke verklaring als haar getuigenverklaring dienen als bewijs. [appellante] is immers noch in verband met haar eigen schriftelijke verklaring, noch voor haar getuigenverklaring strafrechtelijk veroordeeld, voor zover deze verklaringen betrekking hebben op de vraag of [appellante] in de Nissan zat. Naar het oordeel van het hof in de strafrechtelijke procedure stond niet als boven redelijke twijfel verheven vast dat [appellante] niet in de auto zat. [appellante] is veroordeeld voor meineed en valsheid in geschrifte voor zover zij heeft verklaard en doen verklaren (samengevat) dat [K.] , [B.] (hierna: [B.] ), [H.] en [M.] getuige zijn geweest van de aanrijding. In hoeverre deze veroordelingen afdoen aan de betrouwbaarheid van [appellante] als getuige en van de overige bewijsstukken komt hierna aan de orde, onder 28.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a3e4f5b0658a18ea0f872e9477905058b4a3da0425ffe2c9a74824b3bfefbdeb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a3e4f5b0658a18ea0f872e9477905058b4a3da0425ffe2c9a74824b3bfefbdeb, en de alinea staat in dat document op bytes 17691 tot 18630.