Citaat | Gerechtshof Den Haag 14 februari 2017
Alinea 47 Gerechtshof Den Haag 14 februari 2017
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 14 februari 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:247.
19. Voor [appellante] als partijgetuige geldt (wat haar getuigenverklaring betreft) de beperking van artikel 164 lid 2 Rv: haar verklaring kan geen bewijs in haar voordeel opleveren, tenzij de verklaring strekt ter aanvulling van onvolledig bewijs. Er is naar het oordeel van het hof voldoende overtuigend aanvullend bewijs. Het hof hecht daarbij bijzonder belang aan de voormelde aantekening op de huisartsenkaart, bezien in combinatie met het ingevulde aanrijdingsformulier. Beide documenten zijn van net na de aanrijding en ondersteunen de verklaring van [appellante] dat zij als passagier in de Nissan zat en de volgende ochtend klachten had. Het hof hecht ook belang aan het telefoongesprek dat ongeveer een week na de aanrijding heeft plaatsgevonden tussen Zwolsche en [appellante] , waarbij de klachten van [appellante] aan de orde zijn geweest. Voor de hand ligt dat dit telefoongesprek is gevoerd naar aanleiding van het door [appellante] ingevulde schadeformulier, in combinatie met het gegeven dat [geïntimeerde] aansprakelijk is voor de aanrijding en verzekerd was bij Zwolsche. In dit gesprek wordt bevestigd dat [appellante] bij [de zoon van appellante] in de Nissan zat (“Gaat om zoon en moeder die letsel hebben opgenomen”) en dat [appellante] naar aanleiding van de aanrijding klachten heeft opgelopen. Een bevestiging van de verklaring van [appellante] vindt het hof ook in de onder 8, 9 en 10 genoemde documenten. Uit al deze documenten volgt een consistente lijn, namelijk dat [appellante] na een aanrijding op 17 september 2001 whiplashklachten heeft ontwikkeld. Deze consistente lijn wordt bevestigd door de verklaringen van de echtgenoot en dochter van [appellante] . Als aanvullend bewijs strekt hier ten slotte de schriftelijke verklaring en de getuigenverklaring van [de zoon van appellante] , die op essentiële elementen de verklaring van [appellante] ondersteunt. Ook ten aanzien van deze verklaringen geldt dat, anders dan Allianz c.s. naar voren heeft gebracht, [de zoon van appellante] niet is veroordeeld waar het zijn verklaringen omtrent de aanwezigheid van [appellante] in de Nissan betreft. Dat [de zoon van appellante] , als zoon van [appellante] , een belang heeft bij zijn verklaring doet aan de geloofwaardigheid van zijn verklaring niet af, nu zijn verklaring wordt ondersteund door de hiervoor genoemde verklaringen en documenten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a3e4f5b0658a18ea0f872e9477905058b4a3da0425ffe2c9a74824b3bfefbdeb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a3e4f5b0658a18ea0f872e9477905058b4a3da0425ffe2c9a74824b3bfefbdeb, en de alinea staat in dat document op bytes 19663 tot 22055.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a3e4f5b0658a18ea0f872e9477905058b4a3da0425ffe2c9a74824b3bfefbdeb | shasum -a 256