Citaat | Gerechtshof Den Haag 12 september 2017
Onder 2.9. Gerechtshof Den Haag 12 september 2017
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 12 september 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:2530.
In zijn arresten van 2 september 2016 (ECLI:NL:HR:2016:2012 en 2016:2015) heeft de Hoge Raad geoordeeld, kort weergegeven, dat indien een cliëntenremisier zich niet beperkt tot het aanbrengen van potentiële cliënten bij een beleggingsinstelling of effecteninstelling, maar hij die belegger tevens in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf adviseert, de aldus handelende cliëntenremisier over een vergunning dient te beschikken. Als de cliëntenremisier geen vergunning heeft en zich niet alleen heeft beperkt tot het aanbrengen van de cliënt maar ook jegens de afnemer als financieel adviseur is opgetreden en Dexia hiervan op de hoogte was of behoorde te zijn schendt Dexia niet alleen haar zorgplicht maar handelt zij tevens in strijd met artikel 41 NR 1999. Dit levert een (extra) onrechtmatigheidsgrond jegens de afnemer van het effectenproduct op. Gelet op de uiteenlopende ernst van de wederzijds gemaakte fouten, eist de billijkheid in dat geval in beginsel dat de vergoedingsplicht van Dexia geheel in stand blijft zowel wat betreft een eventuele restschuld als wat de door de particuliere belegger reeds betaalde rente, aflossing en kosten aangaat.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cbdb1ca20bdfd724af447e849f8c04b3dd6caa0977bccd2fd187cddb55a0dd90. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cbdb1ca20bdfd724af447e849f8c04b3dd6caa0977bccd2fd187cddb55a0dd90, en de alinea staat in dat document op bytes 12836 tot 14018.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cbdb1ca20bdfd724af447e849f8c04b3dd6caa0977bccd2fd187cddb55a0dd90 | shasum -a 256