Citaat | Gerechtshof Den Haag 14 februari 2017
Onder 11.4 Gerechtshof Den Haag 14 februari 2017
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 14 februari 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:255.
De in art. 6:89 BW neergelegde klachttermijn gaat lopen op het moment dat Kontinex het gebrek heeft ontdekt of had behoren te ontdekken. Zoals hiervoor reeds is overwogen moet worden aangenomen dat deze termijn een aanvang nam in 2011. Uit de verklaring van de bestuurder van Kontinex kan worden opgemaakt dat door Kontinex in datzelfde jaar bij Rabobank is geklaagd in die zin dat een gesprek met de bank is aangevraagd omdat zij een onzeker gevoel had bij de renteswaps en dat van de zijde van de bank toen geruststellende mededelingen zijn gedaan. Dat brengt enerzijds mee dat Rabobank reeds in 2011 ervan op de hoogte kon zijn dat Kontinex klachten had over de renteswaps en anderzijds dat Kontinex meer tijd mocht nemen voor onderzoek voordat zij een formele klacht indiende dan zonder dit gesprek en de geruststellende woorden van haar mocht worden verwacht. Als dan vervolgens ook de complexiteit van de producten en de ingewikkeldheid van de gebreken in aanmerking worden genomen, kan niet worden gezegd dat Kontinex te laat heeft geklaagd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c7b5ce2fb5abe42626e82643ff233b488166aaf5e02779b2fce86ae5cd1026c0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c7b5ce2fb5abe42626e82643ff233b488166aaf5e02779b2fce86ae5cd1026c0, en de alinea staat in dat document op bytes 47850 tot 48911.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c7b5ce2fb5abe42626e82643ff233b488166aaf5e02779b2fce86ae5cd1026c0 | shasum -a 256