Citaat | Gerechtshof Den Haag 27 juni 2017

Alinea 35 Gerechtshof Den Haag 27 juni 2017

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 27 juni 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:2561.

6. De moeder betoogt – zo begrijpt het hof – dat de dochter niet ontvankelijk is in haar hoger beroep, nu de Hoge Raad het van deze procedure losstaande geschil voor verdere behandeling en beslissing naar het hof Amsterdam heeft verwezen. De dochter komt met stellingen over het arrest van hof Den Haag van 29 april 2014 en over de verwijzingsrechter van het hof Amsterdam, die op grond van het burgerlijk procesrecht bij dit hof in de onderhavige procedure niet aan de orde zijn. De dochter had incidenteel appel in dienen te stellen in de procedure die leidde tot de beslissing in het arrest van 29 april 2014.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ce8a1b28607440650d704524f274e76cd928f5e9c08ffd15b8d0f250314bf613. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ce8a1b28607440650d704524f274e76cd928f5e9c08ffd15b8d0f250314bf613, en de alinea staat in dat document op bytes 10198 tot 10828.