Citaat | Gerechtshof Den Haag 9 februari 2017

Alinea 208 Gerechtshof Den Haag 9 februari 2017

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 9 februari 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:267.

Ter terechtzitting in hoger beroep van 26 januari 2017 heeft verdachte betwist voor een groot bedrag aan juwelen bij [aangever 0] te hebben gekocht en ook overigens betwist dat voornoemde emails van haar afkomstig zijn. Zij stelt [aangever 0] slechts eenmaal gezien te hebben. Bij de raadsheer-commissaris heeft [aangever 0] verklaard vanaf 2007 gedurende zeven tot acht jaar juwelen te hebben geleverd aan verdachte met een totaalbedrag van €300.000 . Ter terechtzitting in hoger beroep heeft [aangever 0] als getuige, onder ede gehoord, verklaard dat hij wel vijftien maal persoonlijk contact heeft gehad met verdachte en dat zij een aantal juwelen ter waarde van € 129.720 niet heeft betaald . Gelet op voornoemde verklaringen en ook op de verklaringen van [medewerker 2] bij de raadsheer-commissaris dat zij geen emailberichten vanuit het account van de verdachte kon versturen en nu de verdachte ook overigens niet aannemelijk heeft gemaakt dat een ander vanuit haar naam emails kon versturen, is het hof van oordeel dat vast staat dat verdachte voor grote bedragen juwelen heeft gekocht en dat een aantal van die juwelen ter waarde van € 129.720 niet is betaald.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c1ebce777d0b9a0d2f8340ad46ef457929fe70418e513ed8fa1562380559adb9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c1ebce777d0b9a0d2f8340ad46ef457929fe70418e513ed8fa1562380559adb9, en de alinea staat in dat document op bytes 39193 tot 40570.