Citaat | Gerechtshof Den Haag 9 februari 2017
Alinea 293 Gerechtshof Den Haag 9 februari 2017
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 9 februari 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:267.
De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat zij de zondag voordat zij zichzelf op 4 juni 2012 bij de politie heeft gemeld door haar man, [naam man verdachte], is bijgepraat over de specifieke zaken die zich op het advocatenkantoor van de verdachte hebben afgespeeld en waarvan zij tot dan toe geen weet had gehad. Zij zou zich daarbij onder druk en ernstige bedreigingen van haar man zaaksgerelateerde informatie, waaronder bedragen, hebben moeten inprenten, teneinde dit een dag later in haar verklaringen tegenover de politie te kunnen reproduceren. Zodoende zou zij de haarzelf belastende verklaringen hebben afgelegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c1ebce777d0b9a0d2f8340ad46ef457929fe70418e513ed8fa1562380559adb9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c1ebce777d0b9a0d2f8340ad46ef457929fe70418e513ed8fa1562380559adb9, en de alinea staat in dat document op bytes 61340 tot 61999.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c1ebce777d0b9a0d2f8340ad46ef457929fe70418e513ed8fa1562380559adb9 | shasum -a 256