Citaat | Gerechtshof Den Haag 9 februari 2017
Alinea 300 Gerechtshof Den Haag 9 februari 2017
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 9 februari 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:267.
De verklaring van de verdachte dat haar echtgenoot de fraude heeft gepleegd, acht het hof niet geloofwaardig. [medewerker 2] en [medewerker 3] hebben verklaard dat zij de opdracht om te frauderen kregen van verdachte en niet van [naam man verdachte]. Ook is niet aannemelijk geworden dat [naam man verdachte] de juridische kennis had om op deze wijze te frauderen. Het hof gaat uit van de juistheid van zowel de bekennende verklaringen van de verdachte bij de politie als van de verklaringen van de werknemers van kantoor.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c1ebce777d0b9a0d2f8340ad46ef457929fe70418e513ed8fa1562380559adb9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c1ebce777d0b9a0d2f8340ad46ef457929fe70418e513ed8fa1562380559adb9, en de alinea staat in dat document op bytes 64329 tot 64864.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c1ebce777d0b9a0d2f8340ad46ef457929fe70418e513ed8fa1562380559adb9 | shasum -a 256