Citaat | Gerechtshof Den Haag 9 februari 2017
Alinea 371 Gerechtshof Den Haag 9 februari 2017
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 9 februari 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:267.
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft [aangever 0] verklaard dat het in de periode van 2007 tot 2011 in de contacten met de verdachte te doen gebruikelijk was dat verdachte de sieraden al vast mee mocht nemen en dat de betaling dan wel retourzending daarna spoedig volgde. [aangever 0] heeft -erop vertrouwende dat de verdachte die afspraken nadien ook na zou blijven komen– verscheidene sieraden in afwachting van de betaling voorshands geleverd aan de verdachte. Hij heeft de verdachte vervolgens meerdere malen aangemaand het openstaande saldo van de reeds geleverde sieraden te betalen. De verdachte heeft de juwelier middels verschillende uitvluchten getracht af te houden of gaf anderen hier de opdracht toe. Zo heeft zij meermaals voorgewend dat zij vanwege haar slechte gezondheidstoestand nog niet bij machte was te betalen, doch dat betaling snel zou volgen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c1ebce777d0b9a0d2f8340ad46ef457929fe70418e513ed8fa1562380559adb9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c1ebce777d0b9a0d2f8340ad46ef457929fe70418e513ed8fa1562380559adb9, en de alinea staat in dat document op bytes 89948 tot 90834.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c1ebce777d0b9a0d2f8340ad46ef457929fe70418e513ed8fa1562380559adb9 | shasum -a 256