Citaat | Gerechtshof Den Haag 9 februari 2017
Alinea 487 Gerechtshof Den Haag 9 februari 2017
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 9 februari 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:267.
Ten slotte heeft het hof ambtshalve geconstateerd dat de berechting van de zaak in eerste aanleg niet met een eindvonnis is afgerond binnen 24 maanden nadat de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn is aangevangen en dat ook in hoger beroep tussen het instellen van het appel en het te wijzen arrest meer dan 24 maanden is verstreken. Het hof is evenwel van oordeel dat deze vertraging in het tijdsverloop niet in overwegende mate aan het openbaar-ministerie te wijten is, doch ook voortkomt uit de weinig coöperatieve opstelling van de eerdere raadsman in hoger beroep en het nadere onderzoek ten verzoeke van de verdediging verricht, alsmede de complexiteit van de zaak. Alles overziende is het hof van oordeel dat de behandeling van de zaak weliswaar onwenselijk lang heeft geduurd, maar dat gelet op de vorenvermelde omstandigheden –anders dan de advocaat-generaal heeft geconcludeerd- niet gezegd kan worden dat de redelijke termijn is overschreden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c1ebce777d0b9a0d2f8340ad46ef457929fe70418e513ed8fa1562380559adb9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c1ebce777d0b9a0d2f8340ad46ef457929fe70418e513ed8fa1562380559adb9, en de alinea staat in dat document op bytes 111196 tot 112171.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c1ebce777d0b9a0d2f8340ad46ef457929fe70418e513ed8fa1562380559adb9 | shasum -a 256