Citaat | Gerechtshof Den Haag 22 september 2017

Onder 5.3. Gerechtshof Den Haag 22 september 2017

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 22 september 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:2811.

De stelling van belanghebbende dat geen BPM kan worden nageheven nadat het feit ter zake waarvan de BPM is verschuldigd heeft plaatsgehad, faalt. De BPM ter zake van de registratie van een personenauto behoort op aangifte te worden voldaan. Alsdan gelden de bepalingen van Hoofdstuk IV van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Dat de registratie ter zake waarvan aangifte is gedaan, eerst na de aangifte of de voldoening of beide plaatsheeft, maakt dat niet anders. Dat brengt mee dat, ingeval ter zake van een registratie van een personenauto in het kentekenregister te weinig BPM op aangifte is voldaan, de inspecteur de meer verschuldigde belasting kan naheffen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2380deb54025b2c5ff50399c93c4ab8c1ed3419f4e96346b8a57e948222f2c07. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2380deb54025b2c5ff50399c93c4ab8c1ed3419f4e96346b8a57e948222f2c07, en de alinea staat in dat document op bytes 18068 tot 18750.