Citaat | Gerechtshof Den Haag 20 september 2017

Alinea 118 Gerechtshof Den Haag 20 september 2017

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 20 september 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:2884.

41. Bij het beantwoorden van deze vraag zijn volgens de Hoge Raad de volgende elementen van belang: (i) of de buitenlandse erflater bedacht kon zijn geweest op de toepasselijkheid van Nederlands huwelijksvermogensrecht en de gevolgen daarvan en (ii) of redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de buitenlandse erflater niet heeft gewenst dat die zaken door huwelijk zouden komen te vallen in een gemeenschap van goederen waarin de verkrijger is gehuwd of gaat huwen. Voorts kan van belang zijn (iii) of de echtgenoot die vóór het huwelijk krachtens erfrecht naar buitenlands recht goederen heeft verkregen, redelijkerwijs in staat is geweest door het opmaken van huwelijkse voorwaarden te zorgen dat die goederen overeenkomstig de (veronderstelde) wil van de erflater niet door boedelmenging in een huwelijksgemeenschap vallen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/296dbd745df2839fda57df4c8289ad8d63497b38c0625294533dff85fe7671e5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 296dbd745df2839fda57df4c8289ad8d63497b38c0625294533dff85fe7671e5, en de alinea staat in dat document op bytes 33717 tot 34561.